Muziek onder de appelbomen – Agnes de Vos

0 28

Jazz sous les Pommiers, 30 april – 7 mei 2016, Coutances (Manche, F)

Al voor de 35ste keer beleefde het Normandische Coutances het festival ‘Jazz sous les Pommiers’, zoals gebruikelijk in de week van Hemelvaart, dit jaar van 30 april t/m 7 mei. Terwijl muziekminnend Nederland goeddeels op één van de Bevrijdingsfestivals vermaakt werd met grote en minder grote acts, zwierf yours truly op 5 mei door het centrum van Coutances. Ik wist al jaren dat dit festival bestond, maar had het door ondoordachte meivakantieplanning steeds gemist.

Dat gebeurt me niet weer. Wat een leuk festival is dit: het heet ‘jazz’, maar dat is zo’n heerlijk rekbaar begrip dat er voor iedere muziekliefhebber wel wat te beleven valt onder de appelbomen (‘pommier’ is Frans voor appelboom). De appelbomen zelf zijn nog wel het moeilijkst te vinden in dit stadje dat niet groter is dan mijn eigen woonwijk. Er staan wel een paar bomen achter de kathedraal, waar voor deze gelegenheid ook een feesttent is opgetrokken. Daar spelen de hele dag amateurbands en -solisten, goed voor een toegankelijk repertoire. De zangeres/fluitiste die ik er aanhoor, doet een niet onverdienstelijke ‘Sunny’ van Marvin Gaye, geholpen door een bandje waarin de leeftijd varieert van nog geen twintig tot boven de zestig. In en rond de tent genieten festivalgangers van de muziek, de zon en koek & zopie.

Het is wat je misschien verwacht in een stadje als dit, maar het is pas een tipje van de sluier die ik vandaag hoop op te lichten. Het programmaboekje belooft al heel wat meer, en het ‘dossier de presse’ laat er geen misverstand over bestaan dat dit festival zichzelf serieus neemt. Want wat te denken van een rijtje als: Dee Dee Bridgewater, David Sanborn, Bettye LaVette en Taj Mahal? En dat is dan nog niet eens de helft van de niet-Franse line-up. Even wat cijfers: de stad Coutances telt 9500 inwoners, heeft 12 accommodaties ter beschikking voor een concert, en organiseert in deze 8 dagen tijd 58 betaalde concerten waaraan 415 professionele en 578 amateurmusici meedoen, afkomstig uit 22 verschillende landen. En daarvoor is dan een budget beschikbaar van zo’n anderhalf miljoen euro. Het kan kennelijk uit, anders had men dit vast niet al vanaf 1982 volgehouden. En behalve die betaalde concerten zijn er ook minstens zoveel gratis toegankelijke optredens, zowel overdekt als op straten en pleinen.

Ook in Frankrijk is Hemelvaart een vrije dag, en dat is te merken in de straten van het centrum. Het zijn ook met name Fransen die vandaag het festival bezoeken; ik hoor bijna geen andere talen gesproken worden. Gezongen wel: als ik vanaf het grasveld achter de kathedraal naar de chapelle loop voor een (gratis toegankelijk) gospel-optreden, loop ik van ‘Sunny’ naar ‘Imagine’. Als de nummer 1 van onze Top2000 hier tot de gospelmuziek wordt gerekend, wil ik wel even binnenkomen! Appel Gospel, een geheel in wit gekleed koor bestaand uit 65 jonge en oudere mannen en vrouwen, doet zijn meerstemmige best onder leiding van dirigente en soliste Frances Hook. En ze maken er een feestje van: het begrip ‘gospel’ wordt inderdaad ruim genomen, maar dat maakt de pret niet minder. Natuurlijk hebben ze ook ‘Amazing Grace’ op het repertoire staan, maar daarnaast vooral veel up-tempo liedjes. Percussionist Jean Richard Codjia valt extra op in dit gezelschap, niet alleen omdat hij de enige niet-blanke is, maar ook omdat hij een prachtige stem heeft voor Bob Marley’s ‘One love’. De man heeft dan ook wel meer in huis dan alleen combo-werk: hij treedt ook solo op. En ook voor ‘Happy’ van Pharell Williams heeft het koor een leuke solist in zijn gelederen: een blond lefgozertje met een witte hoed op krijgt de hele kerk in de benen en aan het meeklappen. En nóg is de koek niet op: ze doen ook een stralende versie van ‘We are the world’, en gooien er als uitsmijter het ‘Oh happy day’ uit mijn jeugd tegenaan.

Weer buiten zie ik de volgende rij wachtenden tot om de hoek; goed dat ik hier al binnen ben geweest. Het koor geeft die middag drie optredens, en kan even zoveel keer rekenen op een vol huis. En dat niet voor het eerst: Appel Gospel maakt al langer deel uit van de line-up van ‘Jazz sous les Pommiers’, en wie de energie en de muzikaliteit van Frances Hook heeft aanschouwd en aangehoord, kan dat begrijpen.

Balkan-jazz
Heel andere koek is op dat moment te halen in de grootste evenementenhal van Coutances, de Salle Marcel-Hélie. Hier kunnen 1350 toehoorders luisteren naar Romengo & Mónika Lakatos uit Hongarije, en ik krijg de indruk dat die 1350 er ook allemaal zijn. Ze hebben er ook alle 1350 zin in; er wordt flink meegeklapt met de zo herkenbare ritmes van de Balkan. Daarmee rekt het festival de betekenis van ‘jazz’ nog verder op: ik hoor in feite zigeunermuziek (al mag je dat tegenwoordig waarschijnlijk niet meer zo noemen). Mónika valt vooral op door haar verschijning: haar lange haardos reikt tot minstens haar knieholtes. De liefhebber geniet ongetwijfeld ook van haar stem en de muziek van de andere bandleden; ik loop liever de zon weer in, op zoek naar andere invullingen van het heersende genre.

Franse blues-jazz
Per traditie loop ik ook even de gotische kathedraal uit de 13e eeuw binnen, gewoon om er weer even te zijn en de kleuren van gebrandschilderde ramen en andere afbeeldingen te verversen in mijn geheugen. Wanneer ik er aan de andere kant weer uit loop, hoor ik ‘Layla’ van Eric Clapton, en even hoop ik op een onverwacht weerzien. Maar het zijn twee Franse mannen, iets jonger dan EC zelf, die op het terras van een cafeetje hun best staan te doen. Na ‘Layla’ schakelen ze over op Franstalige blues, waarbij ze zichzelf begeleiden op elektrische gitaren, en de percussie en ander instrumentarium uit een machine halen. Weinig mogelijkheden voor improvisatie dus, maar ze trekken een flink publiek, en de uitbater van het café heeft het er maar druk mee.

Nola-second line-jazz
Tussen de omstanders merk ik waarom het zo prettig is om dit festival in mijn eentje te bezoeken: naast mij hoor ik een stelletje discussiëren over de vraag hoe lang ze nog zullen blijven staan. ‘Nog eentje dan…’. Een soortgelijke situatie maak ik een uurtje later nog eens mee op het plein pal vóór de kathedraal, wanneer de Red Line Crossers hun omgeving even meenemen naar New Orleans. Deze second-line-band van tien man in zwart en rood, aangevuld met vier uitbundig geklede hiphopdansers, weet de juiste toon te treffen, en dat terwijl ze ‘gewoon’ uit Bretagne komen. Het zijn niet alleen de dansers die in beweging komen: de hele band swingt en marcheert ‘op zijn Nola’s’, en het publiek blijft niet achter. Naast mij staat een klein jochie op een straatpaal mee te dansen, terwijl (waarschijnlijk) zijn oma erop toeziet dat hij niet naast zijn kleine standplaats stapt. Veel te snel is dit feestje weer afgelopen, en ik moet nodig op weg naar de plaatselijke Cinéma, voor een van de hoofdacts van mijn dag.

Afrika-wereld-jazz
Ray Lema (óók al 70), afkomstig uit de Democratische Republiek Congo, had priester zullen worden, maar viel tijdens zijn klassieke muzikale scholing voor het ‘heidense’ geluid van Jimi Hendrix en verwanten. Hij speelt piano en gitaar, en zingt door hemzelf geschreven liedjes, veelal in zijn landstaal. Onder de naam ‘Nzimbu’ (ook de benaming van de schelpen-valuta van het oude koninkrijk Kongo) verzorgt hij vanavond twee optredens, samen met zangers Ballou Canta en Fredy Massamba uit het ‘andere’ Congo, en de Braziliaanse gitarist Rodrigo Viana. De twee Congolese hoofdsteden, Kinshasa en Brazzaville, worden gescheiden door een rivier, de Congo; wat beide steden verbindt is de muziek: Afrikaanse meerstemmigheid zoals ik die ken van bijvoorbeeld Ladysmith Black Mambazu, afgewisseld met solo’s van Lema die me doen denken aan het stemgeluid van de Malinese blueszanger Boubacar Traoré. ‘Wereldmuziek’ noemen ze het ook wel, en wat mij betreft geldt dat in meerdere betekenissen van het woord. Wat een sfeer, wat een ontspannen vrolijkheid straalt er af van het podium in deze filmzaal. Maar niet alleen vrolijkheid: Congo is ook het land van Kivu, het explosieve gebied waar Tutsi’s, Hutu’s en wie weet wie nog meer hun conflict in feite nog steeds niet uitgevochten hebben. Met het Franstalige ‘Les Oubliés de Kivu’ staat het kwartet even heel serieus stil bij de massale verkrachtingen die in dit gebied nog altijd aan de orde van de dag zijn. ‘Quelques lignes infirmes pour des crimes infâmes’ (vert.: Een paar onbeholpen regels over schandelijke misdaden).

Meteen daarna mogen we dan toch weer vooral genieten: Canta en Massamba doen het wel even voor, en zij krijgen het hele gezelschap mee. Het is wat krap tussen de bioscoopstoelen, maar de rumba kun je heel goed ‘sur place’ dansen. Spaans/klassiek gitarist Rodrigo Viana doet gedurende het hele optreden zijn ding zittend, Ray Lema wisselt zitten aan de vleugel af met staande nummers met of zonder gitaar, maar de twee anderen, beide met wollen pet schuin op het hoofd, staan eigenlijk de hele show synchroon te dansen en te zingen. Deze muzikale samenwerking, die verschillende generaties overspant, weerhoudt de vier er trouwens niet van om ook elk een eigen indrukwekkende serie platen te hebben afgeleverd. Ray Lema heeft zelfs een eigen label: One Drop. Maar deze mannen barsten alle vier van de veelzijdigheid: hiphop, rumba, lingala, kikongo en een heerlijk pittig gitaarsausje.

Psychedelische rock-jazz
Kan mijn dag dan nog beter worden? Als ik tegen acht uur ‘s avonds weer buiten sta, kan ik het me al bijna niet meer voorstellen. Maar ik heb nóg een ticket weten te scoren bij de presse/média-afdeling. Het loopje naar het stedelijke Théâtre neemt niet meer dan vijf minuten, en de beschrijving van het concert dat daar om half 9 begint is dermate indrukwekkend dat ik het in elk geval moet proberen. Op het programma staat de Fransman Nguyên Lê, in dit geval in de formatie ‘Dark Side Nine’, en dat belooft iets te maken te hebben met ‘Dark Side of the Moon’ van Pink Floyd. Op het festival treedt Lê nóg een keer op, maar dan op zaterdag, met de Zuid-Koreaanse band Baraji – dat belooft een heel ander geluid, afkomstig van vooral traditionele Koreaanse instrumenten. In de Franse jazz-wereld is hij een grote, hij heeft 16 albums op zijn naam staan en daarnaast nog meegewerkt aan tal van andere projecten.

De herinterpretatie – anders kan ik het niet noemen – van ‘Dark Side of the Moon’ is niet Lê’s eerste pop-project: in 2011 kwam zijn CD ‘Songs of Freedom’ uit, waarop hij meerdere pophits uit de jaren ‘70 (zijn en mijn jeugd) coverde. In zijn carrière heeft de Fransman, van huis uit jazz-gitarist, uitstapjes gemaakt naar zo’n beetje alle werelddelen, inclusief de regio waar zijn familie vandaan komt: Zuidoost-Azië. Van de groten met wie hij heeft samengewerkt noem ik hier alleen de Nederlander Eric Vloeimans. En dat we het hier niet over een niemendalletje hebben, bewijst ook een artikel uit de New York Times uit 2001, waarin Lê geroemd wordt om de vele grenzen die hij overschrijdt. Daar mag ik waarachtig wel even voor gaan zitten.

In eerste instantie komen er twee personen op, van wie de man in witte jas en zwart leren broek onmiskenbaar Nguyên Lê zelve is. Tegelijk met hem neemt ook zangeres Leila Martial haar positie in om te beginnen aan haar indrukwekkende act van vanavond: ze praat, zingt, neuriet, schreeuwt en scat de gekte van het concept-album van Pink Floyd aan elkaar. Dat ze daarbij de bladmuziek nodig heeft, is goed te begrijpen, want dit zijn niet zomaar muzieklijntjes die als een vanzelfsprekende logica uit elkaar voortvloeien. Martial doet de vocals vanavond ook nog eens helemaal in haar eentje, van intro tot de bekende slotzin: ‘There is no dark side of the moon really, as a matter of fact, it’s all dark’. Daartussenin horen we de bekende muziek inclusief de zo herkenbare kassa-geluiden, maar horen we tegelijk iets heel nieuws: de arrangeur heeft er wel degelijk zijn eigen interpretatie aan gegeven. De manier waarop de verschillende instrumentalisten hun partij meeblazen, -slaan of -tokkelen, wijkt op een originele manier af van het bronmateriaal. Ze staan er met zijn negenen (vandaar Dark Side Nine), maar er staat een compleet orkest dat als, of via, één man (en zijn elektronische trukendoos) opereert.

De eerste solo na de opkomst van de hele band is nota bene voor bassist Romain Labaye – ja, op basgitaar! Hij haalt muziek uit zijn instrument waarmee hij ver de gebruikelijke baslijntjes overschrijdt en uitbreidt. Wat een krachtpatser moet je zijn, en wat een muzikaliteit moet je hebben om die dikke snaren zo te kunnen bewerken. Het is begrijpelijk dat we hem na zijn solo even op zijn vingers zien blazen; die moeten behoorlijk verhit geraakt zijn. Maar ook alle andere muzikanten brengen solo’s van niveau, waarbij van de vierkoppige blazerssectie zeker de tengere Céline Bonacina even apart genoemd moet worden. Ze verdwijnt bijna achter de baritonsaxofoon die ze (naast de altsax) het liefst bespeelt, maar ze is het instrument wel degelijk de baas, en overschaduwt eigenlijk ook de drie mannen naast zich die respectievelijk de trombone, de trompet en fluit, tenor- en sopraansax overtuigend laten klinken. Trouwens, de van oorsprong Hongaarse drummer Gergo Borlai had ook echt die groene drumsticks niet hoeven uitkiezen om op te vallen: drummen kan hij als de beste. Al met al staat en zit er zo’n batterij talent op het podium dat het concert veel te snel afgelopen is. Tsja, en bij zo’n project kun je ook niet met een encore komen, dus afgelopen is echt afgelopen, zij het niet dan nadat Nguyên Lê alle muzikanten aan ons heeft voorgesteld en hen aldus allemaal nog eens aan een zeer verdiende ovatie heeft geholpen.

Als ik weer buiten sta is het inmiddels donker geworden, maar het is nog steeds druk op straat. Het programma van de dag loopt dan ook door tot na middernacht; in cultuurcentrum ‘Les Unelles’ staan zelfs tegelijkertijd een ‘echt’ jazzconcert én een ‘Super Afro Party’ gepland tot na tweeën, en in de spiegeltent op het centrale plein komen de Red Line Crossers de boel nog eens in beweging brengen. Met mijn persaccreditatie had ik ook nog zomaar binnen kunnen lopen bij het concert van David Sanborn, dat in de aanpalende Salle Marcel-Hélie begint. Maar ik vrees dat de saxofonist die met sterren als Eric Clapton, Stevie Wonder, James Brown en Sting heeft gespeeld, mijn indrukken van deze dag als onderdeel van dit festival niet verder had kunnen verdiepen of verbreden. Bovendien moet ik nog naar mijn logeeradres, een flink eind buiten de stad. Volgend jaar wil ik wéér naar Coutances, en dan minstens nóg een dag. Dáár kunnen ze een veelzijdig muziekfestival organiseren!

Helmut Boeijen

View all contributions by Helmut Boeijen

Reageren op dit artikel?

You must be logged in to post a comment.